Halverwege de negentiende eeuw telde Ried zo’n 160 inwoners. Naast boeren en arbeiders waren er een dominee, een bakker, een timmerman, een wagenmaker, een rijksontvanger die ook lesgaf, een smid en een schoenmaker. De vruchtbare kleigrond leverde rijke oogsten op van tarwe, rogge, gerst, koolzaad, vlas en aardappelen. Veeteelt zorgde voor een tweede belangrijke inkomstenbron.
Wanneer het dorp precies een school kreeg, is niet helemaal duidelijk, maar al in 1623 was er een schoolmeester actief. In 1871 waren er 79 leerlingen. Rond 2005 telde de school ruim 100 leerlingen en in 2025 telt de school vijftig leerlingen.
In 1889 werd op de hoek van de Hoofdweg en de Havenstraat een huis aangekocht om er een coöperatieve boterfabriek te vestigen, een van de eerste in Friesland. De fabriek sloot in 1935. Een andere belangrijke onderneming was de steenfabriek die van 1857 tot 1916 langs de huidige Nieuweweg stond. Hier werden gele en rode bakstenen gebakken. Deze stenen zijn nog altijd terug te zien in veel huizen: vaak met een rode gevel en gele zijkanten.